Het was nog niet zo laat, maar ik was moe en voelde me niet zo lekker, dus ik ging naar bed en viel in slaap. Na een lange vaste slaap werd ik wakker, maar...niet in mijn eigen bed. Het felle licht van de tl-buis verlichting boven mijn hoofd zorgde ervoor dat ik mijn ogen maar met moeite open kreeg. Waar was ik?
Nadat mijn ogen enigszins gewend waren aan het felle licht tilde ik mijn hoofd lichtjes op en keek de kamer rond. Alles was wit...de muren , het plafond, de vloer, werkelijk alles...steriel wit, er was geen sprankje kleur te bekennen.
Ik lag in een eenpersoonsbed en ik kon me nauwelijks bewegen.
Links in de hoek bij de deur stond een groepje mensen te fluisteren...ik kon ze niet herkennen, niet meer dan vage donkere schimmen. Rechts naast mijn bed stond een meisje van volleybal...wat deed zij nou hier?
Langzaam drong het tot me door...ik lag in het ziekenhuis en het nare gevoel bekroop me dat ik ongeneeslijk ziek was en niet lang meer te leven had.
Mijn gevoel werd zeer snel bevestigd...ik voelde me raar, licht in mijn hoofd en ik blies mijn laatste adem uit. Het meisje naast mij uitte een kreet van schrik..."Daar gaat ze!".
Heel licht voelde ik me ineens over mijn hele lichaam, ik kwam omhoog, los van het bed en ik ging zweven. Ik keek langs de schimmen richting de deur en daar stond hij ineens...mijn opa. Ik zweefde naar hem toe en hij zei..."Het is goed, kom maar met opa mee."
Samen gingen we een gang door richting twee klapdeuren, ze gingen voor ons open en achter ons weer dicht en ineens stonden we in de meest prachtige binnentuin. Niet zozeer door de inrichting die serene rust uitstraalde, maar meer door de schitterende kleuren van alle groeiende en bloeiende planten en bloemen die daar stonden. De ruimte was rond, in het midden een fontein met crystalhelder water, omringd door bloembakken gevuld met planten en bloemen. Tegen de ronde wanden eveneens bakken met dezelfde schitterende planten en bloemen. Boven ons hoofd een grote glazen koepel waar je een strak blauwe hemel door kon zien en de zonnestralen door naar binnen schenen. We liepen rond, stilletjes, zij aan zij. Er liepen nog meer mensen, steeds stelletjes van 2, gekleed in lichte gewaden, zij aan zij met elkaar in gesprek. Niemand keek op of om, alsof wij daar niet eens waren. Ongestoord liepen we verder en vroeg ik aan mijn opa of we naar mijn oma's gingen. "Later" zei hij.
Ineens zag ik een pad naar rechts die ik eigenlijk automatisch insloeg. Halverwege het pad kwam ik erachter dat mijn opa niet meer naast mij liep, toch liep ik verder. Ik liep richting 2 klapdeuren, ging er doorheen...en stond ik ineens weer midden in de realiteit, de wereld van vandaag...en toen werd ik wakker! |